Voor de vernieuwing van een identiteitskaart of voor de huisvesting in de gemeente van een nieuwe inwoner wordt de betrokkene persoon door het Gemeentebestuur opgeroepen.
De betrokkene dient zich persoonlijk met zijn oproeping en zijn oude identiteitskaart aan te melden. Men is verzocht zich te voorzien van een recente
pasfoto, die bepaalde criteria beantwoordt. De identiteitskaart zal maar 3 weken na de ondertekening van het basisdocument beschikbaar zijn.
De betrokkene persoon krijgt
ten huize een PIN-code en een PUK-code, onder vertrouwelijke enveloppe. De kaart ligt bij de Gemeente. De betrokkene zal dan zijn kaart komen halen, voorzien van zijn oude identiteitskaart en van zijn codes. Met deze codes zal de elektronische handtekening op de identiteitskaart
gevalideerd worden. De codes moeten imperatief voor verdere aanvragen worden behouden (b. v. adreswijziging, enz.). Als de codes worden verloren of vergeten, is het mogelijk om nieuwe te krijgen door de aanvraag ervan aan FOD Binnenlandse Zaken te doen.
Het vervangen van de identiteitskaart gebeurt in geval van
verlies, diefstal of beschadiging van het document. Aandacht:
indien een gestolen of verloren kaart door de eigenaar teruggevonden
wordt, moet deze het aan de dienst identiteitskaarten van
zijn gemeente melden. Zoniet wordt het document na 2 weken
automatisch ongeldig verklaard en wordt een nieuwe kaart
besteld.
De Wet schrijft voor dat een nieuwe identiteitskaart wordt
gemaakt wanneer de foto niet langer overeenstemt met de fysionomie
van de drager.
Normale procedure (2 tot 3 week) |
Dringende procedure (3 dag) |
Uiterstdringende procedure (48 uur) |
15,50 € (1ste kaart en 1ste duplicata)
23 € (volgende duplicatas) |
136,50 € |
200,50 € |
Heeft men een bewijs van adres nodig ?
Sinds 1 januari 2004, is het adres op de nieuwe elektronische identiteitskaart niet meer leesbaar met het blote oog. 2 principes lagen aan de basis voor deze beslissing :
- deze vermelding wordt door de Europese regelgeving niet beschouwd als een identiteitsgegeven;
- de burger is niet langer verplicht om zijn kaart systematisch te laten vervangen in geval van verhuis.
Artikel 3 van het koninklijke besluit van 25 maart 2003 betreffende de elektronische identiteitskaart bepaalt dat de houder van een elektronische identiteitskaart met alle middelen het bewijs van zijn hoofdverblijfplaats kan aantonen in het geval hij deze moet bewijzen ten aanzien van een derde die niet over een kaartlezer voor een elektronische identiteitskaart beschikt.
"Met alle middelen" betekent eveneens een eenvoudige verklaring op erewoord (vervolging is mogelijk in geval van valse verklaring), een getuigenis, een eenvoudig document, het authentieke document. Ten titel van voorbeeld: het inschrijvingsdocument voor de nummerplaat van zijn wagen kan hiervoor worden aangewend vermits het adres van de houder erop vermeld staat. Het kan ook elk ander bewijs zijn dat door een gemeentelijke overheid wordt afgeleverd (bewijs van woonst, van samenstelling van het gezin,...).
Hoewel het geen enkele wettelijke verplichting bestaat, wordt het document "bewijs van adres" gelijktijdig met de nieuwe elektronische identiteitskaart aan de houders afgeleverd.
Zie ook : Dienst Bevolking
|