Officieel : De Gemeente - De Gemeenteraad - Het College van Burgemeester en Schepenen - De Gemeentediensten - Andere instellingen - Officiële mededelingen - Contracten Leven : Te Elsene wonen - Te Elsene opgroeien en leren - Te Elsene werken - Zich te Elsene vermaken - Te Elsene gezond zijn - Elsene net houden - Elsene doorlopen Handig : De informatie vinden - Een straat vinden - Een dienst lokaliseren - Administratieve aktes en documenten - Index van de site - Opzoek volgens thema Bezoeken : De geschiedenis van Elsene ontdekken - Te Elsene slenteren - Te Elsene snuffelen - Toeristisch Elsene Van dag to dag : Actualiteit - Agenda van de culturele, participatieve en sportevenementen - Werkenagenda - Openbare onderzoeken - Wedstrijden - Vacatures
Zoeken
Sitemap
Contact
Mailing list
Fotogalerij
e-Loket
Wettelijke vermeldingen
Ontdek het verleden van Elsene
Gemeentelijk blazoen

De geschiedenis van Elsene en van haar wijken

Waar komen de straatnamen vandaan ?

Burgemeesters van Elsene

Beroemde Elsenaren
Te Elsene slenteren
Te Elsene snuffelen
Toeristisch Elsene
De geschiedenis van Elsene en van haar wijken
  Inleiding - Oorsprong - Abdij Ter Kameren - Gewijde Boom - Naamsepoort - Brouwerijen - Beeldhouwkunst en architectuur - Kerken - Elsense begraafplaats - Matonge - Omroepcentrum - Groene ruimten - Leopold ruimte - De zangeressen, het gemeentehuis en omgeving - Markthal
           
De Naamsepoort
           
 

Rond 1670, besloot de hertog de Monterrey, Gouverneur Generaal van de Nederlanden het middeleeuws versterkt kasteel van de Naamse Poort te versterken door middel van een vooruitgeschoven bescherming die « Bolwerk van de Koning » of « Bolwerk van de Heilige Johannes » werd genoemd. Deze werd gebouwd op de plaats van de huidige Bolwerkstraat waar zich de wolkenkrabber van het Marsveld bevindt. Een tweede bescherming bevond zich op de Elsensesteenweg en werd « Batterij van Onze Vrouw » gedoopt. In 1784, werd de Naamse Poort afgebroken en het « Bolwerk » werd, 5 jaar later, onder de Oostenrijkse bezetting, bijna omgevormd tot een militaire school. De school is de voorloper van deze die in 1834 in de Namenstraat werd ingericht en die op haar beurt aan de oorsprong ligt van de huidige militaire school.

Een zekere Pietro Gaggia maakte gebruik van de ruines om een instituut voor jongeren op te richten dat zijn naam zal dragen. Het wordt een befaamde onderwijsinrichting, waar één van de leraren Jean Gatti de Gamond was wiens dochter Isabella ook een bekend persoon in het onderwijs zal worden. Er gingen leerlingen van verschillende nationaliteiten naar school. Het instituut overleeft de dood van haar stichter in 1845 echter niet. Na de sluiting in 1847, werd het “Bolwerk Monterrey” omgebouwd tot weverijschool.

De Bolwerkstraat zag ook de opening, in 1839, van de « Baden van de Naamse poort » die in 1859 openbaar worden verkocht.

In 1852, verwelkomde het het Collège de l'Union Belge (College van Belgische eenheid), en 15 jaar later het Theater Molière, afkomstig van de Zaal Malibran (voorheen Valentino) die de plaats van de oude Innovation (Elsensesteenweg) had ingenomen. Het is in die zaal dat de burgerwacht van Elsene, opgericht in 1848, nog vóór die van Molenbeek en Anderlecht, oefende. In 1879, wordt de oude zaal het Theater Scribe alvorens in 1900 zijn poorten te sluiten. De kringen die er zich bevonden vervoegden het Bériot Theater aan de Collegestraat.

Het is moeilijk zich vandaag in te beelden dat, in 1824, aan de Naamse Poort het project van een watertoren (afgebroken in 1853), de inrichting van circussen en de inwijding van de stoomtram Elsene-Boondaal in 1884, ontstond. 3 jaar later, zal deze laatste worden doorgetrokken tot de Renbaanlaan. Men moet wachten tot 1924 om de eerste bussen te zien verschijnen die regelmatig rijden, nadat verschillende pogingen, waarvan een in 1908, omwille van commerciële redenen faalden.

Het is in 1845 dat de « talud van Waterloo » de buitenlaan van Waterloo wordt, 5 jaar na de bouw van de eerste huizen. Een van deze huizen is dat van boekbinderkartonfabrikant A. Rensing (nr. 42), buur van de "Librairie Ancienne et Moderne" (Oude en Moderne Boekenwinkel) (nr. 44). De Egmontlaan wordt pas in 1951 « Gulden Vlieslaan » gedoopt, tezelfdertijd als de Marnix-, Egmont en Hoornstraat. De bomen verschijnen er slechts 5 jaar later.

In 1919, was er al een bioscoop "Capitole". Wij moeten nog enkele jaren wachten alvorens de families Duden en Allard er een herenhuis bouwen. De woning van de Duden wordt in 1914 omgevormd tot een spektakelzaal, het "Palais du Trocadéro (Tocaderopaleis)" dat, 10 jaar later, plaats ruimt voor het "Casino" ("Casino lyrique" in 1928). Het is in deze zaal dat in 1930, Joséphine Baker haar bananen komt tonen. Een jaar later, valt het gordijn definitief over deze zaal ten voordele van de “Acropole".

Een andere culturele plaats, het « Salon littéraire d'Edmond Picard (Literair Salon van Edmond Picard)» was eveneens gelegen in de Gulden Vlieslaan (nr. 56). Het Herenhuis waar hij woonde werd omgevormd tot een « Kunsthuis » en herbergde onder meer de "Cercle d'escrime du barreau" (Schermerskring van de Balie), in 1899. 4 jaar tevoren, ontmoetten de schrijver Maurice Maeterlinck en zijn muze, de actrice en operazangeres Georgette Leblanc, er elkaar.

Het was in een lokaal op de laan dat in 1912 de "Cercle de la Toison d'Or (Kring van het Gulden Vlies)", de latere "Cercle Gaulois", werd gesticht door een vijftiental artsen en advocaten. De voetgangerszone van het Gulden Vlies omvat eveneens de Karmelietenkerk die werd uitgebouwd vanaf 1869. De aartsbisschop van Mechelen kwam er de kroning van het standbeeld van de heilige Jozef vieren.

Bron : "De Sleutels van Brussel”, toeristisch en culturele gids, ADISC Sport en Cultuur