Officieel : De Gemeente - De Gemeenteraad - Het College van Burgemeester en Schepenen - De Gemeentediensten - Andere instellingen - Officiële mededelingen - Contracten Leven : Te Elsene wonen - Te Elsene opgroeien en leren - Te Elsene werken - Zich te Elsene vermaken - Te Elsene gezond zijn - Elsene net houden - Elsene doorlopen Handig : De informatie vinden - Een straat vinden - Een dienst lokaliseren - Administratieve aktes en documenten - Index van de site - Opzoek volgens thema Bezoeken : De geschiedenis van Elsene ontdekken - Te Elsene slenteren - Te Elsene snuffelen - Toeristisch Elsene Van dag to dag : Actualiteit - Agenda van de culturele, participatieve en sportevenementen - Werkenagenda - Openbare onderzoeken - Wedstrijden - Vacatures
Zoeken
Sitemap
Contact
Mailing list
Fotogalerij
e-Loket
Wettelijke vermeldingen
Ontdek het verleden van Elsene
Gemeentelijk blazoen

De geschiedenis van Elsene en van haar wijken

Waar komen de straatnamen vandaan ?

Burgemeesters van Elsene

Beroemde Elsenaren
Te Elsene slenteren
Te Elsene snuffelen
Toeristisch Elsene
De geschiedenis van Elsene en van haar wijken
  Inleiding - Oorsprong - Abdij Ter Kameren - Gewijde Boom - Naamsepoort - Brouwerijen - Beeldhouwkunst en architectuur - Kerken - Elsense begraafplaats - Matonge - Omroepcentrum - Groene ruimten - Leopold ruimte - De zangeressen, het gemeentehuis en omgeving - Markthal
           
Oorsprong
           
 

Destijds verdeeld door de Maalbeek (beek van de molen), hing de gemeente deels af van de magistraat van Brussel en deels van de kasteelheer van de stad die in de VIII de eeuw in de adel werd verheven. Het gehucht werd dan omgedoopt tot Ixelles-le-Vicomte (Elsene-Burggraaf) of Ixelles-sous-le-Châtelain (Elsene-onder de Kasteelheer). Het hoger gelegen deel van het gehucht (Naamse Poort) ontwikkelde zich in de XIX de eeuw na het verdwijnen van de omwalling van Brussel, veel vroeger dus dan het lager gelegen deel (Flageyplein).

Opgericht in 1300, aan de voet van de « steile berg » (Zwaerenberg - Elsensesteenweg) onder de bescherming van Hertog Jan II van Brabant, ligt het verpleeghuis van het Heilig Kruis van Elsene dat tot doel had soelaas te bieden aan de dragers van takkenbossen uit het Zonieënwoud en hen een maaltijd aan te bieden, aan de oorsprong van het gehucht met verschillende hutjes die toebehoorden aan de lijfeigenen van de graaf die het moeras kwamen droogleggen of werkten in de molen van de abdij van Terkamerenbos. Er werd een kapel gebouwd die aan de Maagd was gewijd en waar sinds de inwijding ervan in 1459, door de bisschop van Cambrai, een splinter van het Heilig Kruis zou zijn bewaard. Een tweede kapel werd 4 jaar later opgericht door de bourgeois, Guillaume de Hulstbosch, nabij zijn hoeve in Boondaal.

4 vijvers, waaronder de Grote Vijver (Flageyplein), de Pennebroeck en de Ghevaert of "vijvers van Elsene" en de Paddervyver die in de XIX de eeuw werd drooggelegd, verdeelden het gehucht. Gevoed door de Maalbeek, dienden zij ook als visreserve voor de nabijgelegen Terkamerenbosabdij en bevoorraden zij de dorpen Etterbeek, Sint-Joost-ten-Noode en Schaarbeek.

De Vleurgatsesteenweg (oude Waalsesteenweg - 1554) bevorderde de handel. Deze werd, op aanvraag van de abdis van Terkamerenbos, aangelegd in het verlengde van de Elsensesteenweg als tegemoetkoming voor de schade die werd berokkend door het vervoer van bomen die in het woud nabij de abdij werden geveld. Door de bouw van de kastelen Ermitage, Tenbos en Elsene evenals van verschillende buitenverblijven wordt het gehucht omgetoverd in een volwaardig dorp.

In 1795 wordt het gehucht een echte gemeente. Het brengt voortaan het hoger en het lager gelegen deel van Elsene evenals de heerlijkheid van Boondaal samen in één grondgebeid. De verstedelijking had rond 1785 al een aanvang genomen met het opblazen van de oude Naamse poort, ook Koudenbergpoort genoemd, waarvan het uitzicht veel gelijkenis vertoonde met de Hallepoort. In 1822 werden de Oranjestraat (Edinburgstraat), de Tuinenstraat (Ridderstraat), de Mijnwerkersstraat (Solvaystraat) en de Schaapskooistraat (Stassartstraat) aangelegd. Deze zullen het verschil tussen het hoger en het lager gelegen deel van de gemeente waar steeds meer stegen ontstonden en de armen hun toevlucht namen, nog meer benadrukken. Er moet tot 1837 worden gewacht vooraleer de eerste straten van de Leopoldswijk ontstaan.

Hippolyte Legrand, schout-burgervader-burgemeester gedurende meer dan 30 jaar, heeft enorm bijgedragen tot de ontwikkeling van het gemeentelijk wegennet en zal de plundering van de tot hospitaal omgebouwde Terkamerenbosabdij, bij de terugtocht van de Franse soldaten in 1813, beletten.Tussen 1818 en 1900, zal de bevolking van Elsene stijgen van 677 naar 58.615 bewoners. Zij zal in 1959 verbroederen met de stad Biarritz.

De verstedelijking zal in een stroomversnelling komen dankzij de drooglegging van de grote vijver die in 1871 werd afgekocht van de erfgenamen Legrand en de bouw van een nieuwe Heilig-Kruiskerk. In hetzelfde jaar wenste Leopold II bij te dragen tot het welzijn van de wijkbewoners. Hij bestelde dan ook de « Tuin van de Koning » die sindsdien deel uitmaakt van de Koninklijke Donatie hoewel het onderhoud door het Gewest wordt waargenomen. Men treft er een beeldhouwwerk van Charles Van der Stappen (1892) aan dat "Ompdrailles, le Tombeau des Lutteurs (Ompdrailles, de graftombe van de strijders" weergeeft, naar de roman van Léon Cladel, en waartegenover Olivier Strebelle een beeldhouwwerk, getiteld Phénix 44, een hommage aan de Bevrijding, gesymboliseerd door de "V" van victorie, heeft verwezenlijkt.

Bron : "De Sleutels van Brussel", toeristische en culturele gids, ADISC Sport en Culture